| 0-3 mnd
|
Huilt, maakt
oogcontact, glimlacht. Reageert op geluiden. |
| 3-6 mnd
|
Maakt
verschillende geluiden die min of meer op taal lijken.
Maakt ook een aantal niet
met taal verwante geluiden, zoals krijsen en gillen.
Herkent het verschil tussen boze en vriendelijke stemmen |
| 6-12 mnd
|
Herkent alledaagse
voorwerpen aan de naam. Gebruikt simpele gebaren, zoals in de
handjes klappen, schreeuwt om aandacht te trekken. Het tateren
wordt complexer. Begint gezichtsuitdrukkingen te gebruiken, te
vocaliseren en gebaren te maken om te communiceren. |
| 12-18 mnd |
Begint veel losse
woorden te gebruiken, hoewel ze niet altijd duidelijk worden
uitgesproken |
| 18 mnd-2 jr.
|
Begrijpt veel van
wat gezegd wordt, begint kleine zinnetjes te vormen. |
| 2-3 jr. |
De hoeveelheid
taal neemt sterk toe. Spreekt over zaken in het hier en nu.
Wordt behoorlijk ervaren in het voeren van gesprekken. Wisselt
spreken en luisteren af. Reageert op aanwijzingen en vragen.
Rond de derde verjaardag moeten onbekenden u kind veelal kunnen
begrijpen, hoewel
er nog steeds fouten met klanken worden gemaakt. |
| 3-5 jr. |
Maakt zinnen en
vertelt verhaaltjes. Heeft een zeer uitgebreide woordenschat en
kan zinnen vormen van 8 of meer woorden. Kan informatie
doorgeven. Kan praten over dingen die gisteren zijn gebeurd of
die morgen zullen gebeuren. Stelt voortdurend vragen. |
| 5-7 jr. |
Uw kind praat
bijna net zo goed als u. Alle klanken worden duidelijk gevormd.
Af en toe worden fouten gemaakt met onregelmatige werkwoorden (‘gebreekt’
i.p.v. ‘gebroken’). De woordenschat wordt nog steeds groter |